top of page

Fantasia con tre canzoni popolare Napoletane

2007

Groot ensemble

Gecomponeerd in
2007

Voor
Mezzo-sopraan & 6 instrumentalisten

Bezetting
Mezzo-sopraan, Fluit (ook Altfluit en Piccolo), Cello, Harp & Piano 5 handig (3 uitvoerders)

Duur
8′

Eerste uitvoering
2 mei 2007. Academia Belgica, Rome (I). Els MONDELAERS, mezzo-sopraan. Studenten van de Conservatoria van Gent, Antwerpen en Brussel o.l.v. Luc BREWAEYS.

In opdracht van
Jan Rispens

Opgedragen aan
Jan Rispens

Uitgever
Donemus

Luc over Fantasia con tre canzone popolare napolitane:

In februari 2007 vroeg Jan Rispens, directeur van het Conservatorium van Gent en aan wie ik deze partituur ook opdraag, mij om een aantal Napolitaanse volksliederen te arrangeren voor enkele studenten van verschillende conservatoria. Zij zouden een concert geven ter gelegenheid van de heropening van de Academia Belgica in Rome, en Jan wilde graag een stuk waarmee het concert kon worden afgesloten, waarbij alle studenten samen op het podium zouden staan.

Daarom vereist de partituur een bezetting van piano voor vijf handen – wat als bijkomend voordeel heeft dat de derde speler de pagina’s kan omdraaien voor zijn of haar collega’s. Jan koos bewust voor Napolitaanse liederen, omdat koningin Paola van België – die bij het evenement aanwezig zou zijn – afkomstig is uit de Napolitaanse regio.

De eerste uitvoering vond plaats op 2 mei 2007 in Rome, met mezzo Els Mondelaers als soliste, en ikzelf als dirigent.

Het oorspronkelijke idee was om de liederen te arrangeren in een stijl die wat deed denken aan hoe Berio zijn Folk Songs had aangepakt. Maar al snel besloot ik om er een inleiding bij te componeren, en uiteindelijk groeide het stuk uit tot een volwaardige compositie, waarin de liederen dienstdoen als basismateriaal.

Het eerste (sentimentele) lied, Core ‘ngrato, riep bij mij onmiddellijk een fragment op uit La Traviata van Verdi. Dus componeerde ik iets gelijkaardigs om met de oorspronkelijke melodie te combineren – een melodie die ik overigens ongemoeid liet. Wel voegde ik vlak voor het einde nog een belcanto-cadens toe.

Na een korte overgang begint het tweede lied, Fenesta che lucive, op een bevreemdende manier: de solist zingt de melodie een kwarttoon lager, samen met altfluit en cello, terwijl harp en piano uiteraard gewoon normaal gestemd blijven. In deze context is het effect ronduit fascinerend. Nadien keert alles geleidelijk aan terug naar een meer traditionele klank.

De harp en piano zorgen voor een snelle overgang naar het laatste lied, La festa di Piedigrotta, dat ik heb behandeld als een trage tarantella. De begeleiding klinkt op het eerste gehoor vrij normaal, maar elke partij speelt eigenlijk lichtjes ‘uit fase’, wat een subtiel desoriënterend effect creëert. Vlak voor het einde komt er nog een herinnering aan de tweede overgang: het slotfragment van de melodie keert terug in vertraagde vorm, waarna de instrumenten het werk op een briljante manier afsluiten.



Blijf op de hoogte

© 2025  Luc Brewaeys Foundation.

bottom of page